Informasie oor die woord part (Wes‐Fries → Esperanto: parto)

Sinonieme: stik, ûnderdiel, diel

Uitspraak/pat/
Afbrekingpart
Woordsoortselfstandige naamwoord
Geslagonsydig
Meervoudparten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
partsjepartsjes

Voorbeelde van gebruik

Dochs kin it wol sa wêze dat Steatsboskbehear parten fan in rûte of brêgen ôfslút.

Vertalinge

Afrikaansdeel; onderdeel
Deensdel
DuitsAnteil; Stück; Teil; Partie
Engelspart; piece; share; portion
Esperantoparto
Franscontingent; part; partie; portion
LuxemburgsDeel
Nederduitsdeyl; gedeylde; underdeyl
Nederlandsdeel; gedeelte; onderdeel; part; stuk
Papiamentsparti; porshon
Portugeesparte
SaterfriesAndeel; Deel; Paatie; Stuk
Spaansparte; porción